Excessief is relatief
Column in Management Kinderopvang, april 2009
Toezichthouders liggen zwaar onder vuur. En volgens sommigen nog niet zwaar genoeg. Commissaris van de koningin Harry Borghouts had eerder moeten ingrijpen bij de inmiddels failliete IJsselmeerziekenhuizen. En waarom heeft CDA-prominent Elco Brinkman niets gedaan tegen het wanbeheer bij zorginstelling Philadelphia? Dan hebben we het nog niet over het uit de hand gelopen bonussysteem waar toezichthouders stilzwijgend hun goedkeuring aan hebben verleend. Henriette Maassen van den Brink vertelt in de media dat de bonussen bij ABN-Amro een no go-area waren in de raad van commissarissen. Oud-Philipstopman Cor Boonstra liet in een terugblikinterview weten dat de commissarissen bij Philips überhaupt niet open stonden om problemen te bespreken.
Als het in het bedrijfsleven al zo beroerd is met de kwaliteit van het toezicht hoe zit het dan in de kinderopvang, waar het toezicht nog in de kinderschoenen staat? Toezichthouders in de kinderopvang zijn óf mensen die de envelop met stukken opentrekken als de voorzitter de vergadering opent óf mensen die zich met elk detail bemoeien. Daar komt nog bij dat serieuze toezichthouders gevangen zitten in een dilemma van enerzijds het bewaken van de belangen van klanten en overheidsgelden, en anderzijds loyaliteit aan de bestuurders. Dat betoogt hoogleraar Theo Camps in de Volkskrant (7 maar jl.). Te kritisch bevragen van bestuurders kan dan opgevat worden als een gebrek aan loyaliteit.
Camps vraagt zich ook af of organisaties niet te groot en te complex zijn geworden om van enige afstand te overzien. Dat valt in de kinderopvang tot nu toe nog mee, maar kan wel als waarschuwing worden gezien in een tijd dat fuseren nog steeds doorgaat. De kinderopvang is geen branche van dikke bonussen en excessieve salarissen. Maar excessief is relatief. Is een salaris boven de Balkenende-norm in de kinderopvang buitensporig? Menig kinderopvangdirecteur vindt van niet. En is de toezichthouder die het daar niet mee eens is in staat om zijn poot stijf te houden?
Het is dus ook in de kinderopvang zaak om goede toezichthouders aan te trekken. Volgens Theo Camps is goed toezicht vooral afhankelijk van de morele opvattingen van de toezichthouder, afhankelijk van de persoonlijke verantwoordelijkheid die hij of zij voelt. Wat de afgelopen maanden in ieder geval duidelijk is geworden, is dat de kinderopvang ver moet blijven van bekende namen, niet aan moet kloppen bij mensen die meer dan twee toezichthoudende functies hebben en dus onconventionele keuzes moet maken.
donderdag 12 maart 2009
Vingerscan
Column Management Kinderopvang, maart 2009
Veel media-aandacht afgelopen maand voor de kinderopvang. Maar wat voor aandacht… De google alerts over het drama in Dendermonde tuimelden over elkaar heen. Maar het ging niet alleen over Dendermonde, over hoe een krankzinnige zomaar instak op onschuldige baby’s en medewerkers. Het nieuws daarover droogde snel op. Het ging daarom nog veel meer over de kinderopvang in het algemeen, over kinderdagverblijven in België én in Nederland. Hoe zit het daar met de beveiliging? Dat is een vraag die na het tragische voorval onmiddellijk bij journalisten opkomt. Het RTL-programma Editie NL besloot de proef op de som te nemen en ging zelf een kijkje nemen. Met een zeer discutabel journalistiek middel, namelijk de verborgen camera. De journalist deed zich voor als de aardige buurman, noemde de naam van een kind (hoe wist hij die trouwens?) en kwam gewoon binnen. Schande, schande, riep RTL. Maar eigenlijk was er niet veel meer te zien dan een van schrik huilende medewerker. Nergens bleek dat hij het kind ook meekreeg.
Wat had RTL dan verwacht? Ook bij de Nederlandsche Bank kun je gewoon binnenlopen. Maar als we de berichten mogen geloven, worden kinderdagverblijven binnenkort nog veel zwaarder beveiligd dan onze schatkist. Niet alleen bestoken beveiligingsfirma’s kinderdagverblijven in deze dagen met mails en bezoekjes, ook de kinderopvang zelf laat weten op zoek te zijn naar betere beveiliging.
Het woord ‘vingerscan’ dook opeens in ieder bericht over de kinderopvang op. Staatssecretaris Dijksma sprak dezelfde week nog met vertegenwoordigers van de branche. Iedereen riep om het hardst dat incidenten nooit uit te sluiten zijn, maar dat zij de komende tijd ernstig gaan nadenken over veiligheid.
Natuurlijk is het goed om na te denken over veiligheid, maar het lijkt wel of de kinderopvang dat nu voor het eerst doet. Dat zal de gemiddelde ouder niet geruststellen. Terwijl iedereen beseft dat Dendermonde overal had plaats kunnen vinden: in de speeltuin, dierentuin of supermarkt. Hoogstwaarschijnlijk koos de dader toevallig voor een kinderdagverblijf.
Hetzelfde zag je na de dodelijke steekpartij op een basisschool in Brabant, twee jaar geleden. Even is er veel ophef, maar de schooldeuren zijn bijna overal nog gewoon open. Over tot de orde van de dag. En misschien is dat maar goed ook. De kinderopvang wil tenslotte graag een open houding hebben tegenover de samenleving, tegenover de wijk. Overal richten we daarvoor brede scholen op waar buurtbewoners binnen kunnen lopen. Daaromheen past geen hoog hek met toegangspasjes.
Column Management Kinderopvang, maart 2009
Veel media-aandacht afgelopen maand voor de kinderopvang. Maar wat voor aandacht… De google alerts over het drama in Dendermonde tuimelden over elkaar heen. Maar het ging niet alleen over Dendermonde, over hoe een krankzinnige zomaar instak op onschuldige baby’s en medewerkers. Het nieuws daarover droogde snel op. Het ging daarom nog veel meer over de kinderopvang in het algemeen, over kinderdagverblijven in België én in Nederland. Hoe zit het daar met de beveiliging? Dat is een vraag die na het tragische voorval onmiddellijk bij journalisten opkomt. Het RTL-programma Editie NL besloot de proef op de som te nemen en ging zelf een kijkje nemen. Met een zeer discutabel journalistiek middel, namelijk de verborgen camera. De journalist deed zich voor als de aardige buurman, noemde de naam van een kind (hoe wist hij die trouwens?) en kwam gewoon binnen. Schande, schande, riep RTL. Maar eigenlijk was er niet veel meer te zien dan een van schrik huilende medewerker. Nergens bleek dat hij het kind ook meekreeg.
Wat had RTL dan verwacht? Ook bij de Nederlandsche Bank kun je gewoon binnenlopen. Maar als we de berichten mogen geloven, worden kinderdagverblijven binnenkort nog veel zwaarder beveiligd dan onze schatkist. Niet alleen bestoken beveiligingsfirma’s kinderdagverblijven in deze dagen met mails en bezoekjes, ook de kinderopvang zelf laat weten op zoek te zijn naar betere beveiliging.
Het woord ‘vingerscan’ dook opeens in ieder bericht over de kinderopvang op. Staatssecretaris Dijksma sprak dezelfde week nog met vertegenwoordigers van de branche. Iedereen riep om het hardst dat incidenten nooit uit te sluiten zijn, maar dat zij de komende tijd ernstig gaan nadenken over veiligheid.
Natuurlijk is het goed om na te denken over veiligheid, maar het lijkt wel of de kinderopvang dat nu voor het eerst doet. Dat zal de gemiddelde ouder niet geruststellen. Terwijl iedereen beseft dat Dendermonde overal had plaats kunnen vinden: in de speeltuin, dierentuin of supermarkt. Hoogstwaarschijnlijk koos de dader toevallig voor een kinderdagverblijf.
Hetzelfde zag je na de dodelijke steekpartij op een basisschool in Brabant, twee jaar geleden. Even is er veel ophef, maar de schooldeuren zijn bijna overal nog gewoon open. Over tot de orde van de dag. En misschien is dat maar goed ook. De kinderopvang wil tenslotte graag een open houding hebben tegenover de samenleving, tegenover de wijk. Overal richten we daarvoor brede scholen op waar buurtbewoners binnen kunnen lopen. Daaromheen past geen hoog hek met toegangspasjes.
Kinderopvang en kinderschoenen
Column in Management Kinderopvang, februari 2009
Steeds vaker zie ik in de landelijke kranten vacatures afkomstig van de kinderopvang. Al langer voor leden van de raad van toezicht en bestuurders, maar tegenwoordig ook voor marketingmanagers of hbo-geschoolde pedagogen. En dan niet een mini-advertentie tussen de ‘boer zoekt vrouw’-rubriek en de vakantiebungalows. Het zijn formaten die niemand kan ontgaan. Ze kosten een paar centen, dergelijke advertenties, maar kinderopvangorganisaties zouden ze deels op het budget van de marketingafdeling kunnen boeken. Of misschien zelfs kunnen declareren bij de afdeling marketing van de MOgroep of de Brancheverenging? Zo’n vacature lokt niet direct meer klanten naar de eigen organisatie, maar is wel goed voor het imago van de branche als geheel.
En dat imago opvijzelen is nog steeds nodig. Iedereen die congressen bezoekt, zit regelmatig met gekromde tenen te luisteren naar een spreker vanuit het bedrijfsleven met een paar goedbedoelde adviesjes voor de kinderopvang. Nog steeds blijkt dan dat de kinderopvang niet als volwaardige bedrijfstak wordt beschouwd. Of op zijn minst als een bedrijfstak die nog in de kinderschoenen staat.
Dat de kinderopvang dat stadium langzamerhand ontgroeid is, geven die advertentiepagina’s aan. En met de vacatures voor pedagogen laat de branche tevens zien dat ze haar pedagogische taak serieus neemt.
Maar komt de kinderopvang in de ogen van derden ooit úit de kinderschoenen? Alleen als iedereen ervan is doordrongen dat een imago gemaakt, maar ook gebroken kan worden. Zo las ik onlangs een wervend bedoelde tekst van een kinderopvangorganisatie die luidde: ‘wie het idee heeft dat een kinderdagverblijf een soort dumpplek is voor ouders die allebei werken, heeft het helemaal mis’. Twijfelende ouders zullen na zo’n zin onmiddellijk de telefoon pakken om alsnog opa en oma te vragen of ze toch alsjeblieft op hun aanstaande kleinkind willen passen.
Of wat dacht u van de Almeerse ondernemer die haar organisatie ‘Kinderparkeergarage’ noemt? ‘Kinderparkeergarage loopt niet’ kopt de Telegraaf (5 januari). Nee, vind je het gek. Welk kind wil zijn kind parkeren in een garage. De opvang is weliswaar gericht op winkelende ouders en niet op werkende ouders, maar krijgt toch talloze fijne reactie over hoe schandalig kinderopvang is op de website van de Telegraaf. De ondernemer zelf is ervan overtuigd dat haar onderneming niet loopt vanwege de geringe bekendheid en de onvindbaarheid. Overigens kun je in Almere goedkoper je kind parkeren dan je auto, maar dat geldt op meerdere plekken.
Column in Management Kinderopvang, februari 2009
Steeds vaker zie ik in de landelijke kranten vacatures afkomstig van de kinderopvang. Al langer voor leden van de raad van toezicht en bestuurders, maar tegenwoordig ook voor marketingmanagers of hbo-geschoolde pedagogen. En dan niet een mini-advertentie tussen de ‘boer zoekt vrouw’-rubriek en de vakantiebungalows. Het zijn formaten die niemand kan ontgaan. Ze kosten een paar centen, dergelijke advertenties, maar kinderopvangorganisaties zouden ze deels op het budget van de marketingafdeling kunnen boeken. Of misschien zelfs kunnen declareren bij de afdeling marketing van de MOgroep of de Brancheverenging? Zo’n vacature lokt niet direct meer klanten naar de eigen organisatie, maar is wel goed voor het imago van de branche als geheel.
En dat imago opvijzelen is nog steeds nodig. Iedereen die congressen bezoekt, zit regelmatig met gekromde tenen te luisteren naar een spreker vanuit het bedrijfsleven met een paar goedbedoelde adviesjes voor de kinderopvang. Nog steeds blijkt dan dat de kinderopvang niet als volwaardige bedrijfstak wordt beschouwd. Of op zijn minst als een bedrijfstak die nog in de kinderschoenen staat.
Dat de kinderopvang dat stadium langzamerhand ontgroeid is, geven die advertentiepagina’s aan. En met de vacatures voor pedagogen laat de branche tevens zien dat ze haar pedagogische taak serieus neemt.
Maar komt de kinderopvang in de ogen van derden ooit úit de kinderschoenen? Alleen als iedereen ervan is doordrongen dat een imago gemaakt, maar ook gebroken kan worden. Zo las ik onlangs een wervend bedoelde tekst van een kinderopvangorganisatie die luidde: ‘wie het idee heeft dat een kinderdagverblijf een soort dumpplek is voor ouders die allebei werken, heeft het helemaal mis’. Twijfelende ouders zullen na zo’n zin onmiddellijk de telefoon pakken om alsnog opa en oma te vragen of ze toch alsjeblieft op hun aanstaande kleinkind willen passen.
Of wat dacht u van de Almeerse ondernemer die haar organisatie ‘Kinderparkeergarage’ noemt? ‘Kinderparkeergarage loopt niet’ kopt de Telegraaf (5 januari). Nee, vind je het gek. Welk kind wil zijn kind parkeren in een garage. De opvang is weliswaar gericht op winkelende ouders en niet op werkende ouders, maar krijgt toch talloze fijne reactie over hoe schandalig kinderopvang is op de website van de Telegraaf. De ondernemer zelf is ervan overtuigd dat haar onderneming niet loopt vanwege de geringe bekendheid en de onvindbaarheid. Overigens kun je in Almere goedkoper je kind parkeren dan je auto, maar dat geldt op meerdere plekken.
donderdag 26 februari 2009
En al was mijn moeder thuis
Praktische handreiking bij het vormgeven van dagarrangementen
(full colour uitgave)
Onder redactie van Anja Hol, Leonie Heutz, Fred Verhees en Astrid van de Weijenberg
ISBN: 978 90 6665 998 8
224 pagina's
Gebonden
Eerste druk 2009
De buitenschoolse opvang als dagarrangement voor kinderen van vier tot dertien jaar, dat is het onderwerp van dit boek. Een onderwerp dat midden in de actualiteit staat.
Met de invoering van de motie Van Aartsen/Bos, waarin een aanbod voor voor-, tussen- en naschoolse activiteiten en tijdens vakantieperiodes in of in de buurt van de school centraal stond, zijn basisscholen gaan nadenken over het aanbod aan hun leerlingen buiten schooltijd, over het aanpassen van lestijden, over continuroosters. Ook kinderopvangaanbieders zijn massaal aan de slag gegaan.
Met dit boek krijgt de lezer een beeld van wat er komt kijken bij het organiseren van dagarrangementen en buitenschoolse opvang. Het biedt feitelijke informatie en voorbeelden ter inspiratie.
En al was mijn moeder thuis verschijnt ter gelegenheid van het vijfentwintigjarig bestaan van Kinderopvang Humanitas. Een uitgelezen moment om de kinderopvang nog eens extra in de spotlight te zetten.
Prijs: € 39.50
Bestel aantal:
Praktische handreiking bij het vormgeven van dagarrangementen
(full colour uitgave)
Onder redactie van Anja Hol, Leonie Heutz, Fred Verhees en Astrid van de Weijenberg
ISBN: 978 90 6665 998 8
224 pagina's
Gebonden
Eerste druk 2009
De buitenschoolse opvang als dagarrangement voor kinderen van vier tot dertien jaar, dat is het onderwerp van dit boek. Een onderwerp dat midden in de actualiteit staat.
Met de invoering van de motie Van Aartsen/Bos, waarin een aanbod voor voor-, tussen- en naschoolse activiteiten en tijdens vakantieperiodes in of in de buurt van de school centraal stond, zijn basisscholen gaan nadenken over het aanbod aan hun leerlingen buiten schooltijd, over het aanpassen van lestijden, over continuroosters. Ook kinderopvangaanbieders zijn massaal aan de slag gegaan.
Met dit boek krijgt de lezer een beeld van wat er komt kijken bij het organiseren van dagarrangementen en buitenschoolse opvang. Het biedt feitelijke informatie en voorbeelden ter inspiratie.
En al was mijn moeder thuis verschijnt ter gelegenheid van het vijfentwintigjarig bestaan van Kinderopvang Humanitas. Een uitgelezen moment om de kinderopvang nog eens extra in de spotlight te zetten.
Prijs: € 39.50
Bestel aantal:
donderdag 15 januari 2009
Top of flop
Column in Management Kinderopvang, januari 2009
Geen kinderopvangondernemer in de Quote 500. Natuurlijk niet. Maar ook geen in de FD Gazelle 100, de prijs voor de snelst groeiende ondernemingen,van het Financieele Dagblad. Zelfs niet in de LOF-lijst van de honderd beste bedrijven voor werkende ouders. Terwijl de kinderopvang de kinderopvang toch wel heel goed heeft geregeld, een van de belangrijke criteria om de prijs te winnen. Wel trouwens bijna een Baas van het Jaar in de persoon van Jeannet van den Akker die tweede werd. En een ondernemersprijs voor Kinderopvang Berend Botje (Ondernemingsprijs Westfriesland). En vergeet niet de Diversiteit Top 50 Award voor Partou. En Kion die Maatschappelijke Ondernemer van het Jaar wordt, maar dat telt eigenlijk niet want dat is een MO-onderonsje. De kinderopvang doet wel iets vaker mee, maar toch ontbreekt in de meeste top-lijstjes die rond iedere jaarwisseling zo populair zijn de kinderopvang geheel.
Maar dan toch wel een kinderopvangvrouw in de lijst met 400 succesvrouwen van de Viva? Tussen de boerin, de stripteasedanser, de dichter, de pr-ondernemer, de legercommandant, staat... nee, geen kinderopvangondernemer.
In de hele discussie over vrouwen aan de top ontbreekt trouwens de kinderopvang. De branche waar, naar ik schat, 90 procent van de directeuren een vrouw is (al wordt dat minder), doet niet mee. Geen naam van een kinderopvangondernemer onder de roep om meer vrouwen in topfuncties van ‘Talent naar de top’ (FD 21 oktober). Geen kinderopvang-directeuren in de ‘Taskforce Vrouwen naar de top’ of de ‘Taskforce Deeltijdplus’.
Is de kinderopvang zo erg in zichzelf gekeerd dat ze niet aan het maatschappelijk debat meedoet als het niet direct over de eigen branche gaat? Of is dat een kwestie van volwassen worden: eerst intern op orde zijn, dan naar buiten treden? Of moeten de topvrouwen uit de kinderopvang eerst wakker worden, zoals Nancy McKinstry, de CEO van Kluwer gaf onlangs toe in een Volkskrant-interview dat het debat over de positie van topvrouwen haar vroeger niet erg boeide: ‘Maar ik heb er inmiddels wel begrip voor dat mensen nieuwsgierig zijn. Ik ben nog steeds een van de weinige vrouwen in de top, en dat terwijl bedrijven met een diverser team beter presteren. Wil je dat veranderen, dan zul je over het onderwerp diversiteit moeten praten, zodat anderen ervan kunnen leren.’
Column in Management Kinderopvang, januari 2009
Geen kinderopvangondernemer in de Quote 500. Natuurlijk niet. Maar ook geen in de FD Gazelle 100, de prijs voor de snelst groeiende ondernemingen,van het Financieele Dagblad. Zelfs niet in de LOF-lijst van de honderd beste bedrijven voor werkende ouders. Terwijl de kinderopvang de kinderopvang toch wel heel goed heeft geregeld, een van de belangrijke criteria om de prijs te winnen. Wel trouwens bijna een Baas van het Jaar in de persoon van Jeannet van den Akker die tweede werd. En een ondernemersprijs voor Kinderopvang Berend Botje (Ondernemingsprijs Westfriesland). En vergeet niet de Diversiteit Top 50 Award voor Partou. En Kion die Maatschappelijke Ondernemer van het Jaar wordt, maar dat telt eigenlijk niet want dat is een MO-onderonsje. De kinderopvang doet wel iets vaker mee, maar toch ontbreekt in de meeste top-lijstjes die rond iedere jaarwisseling zo populair zijn de kinderopvang geheel.
Maar dan toch wel een kinderopvangvrouw in de lijst met 400 succesvrouwen van de Viva? Tussen de boerin, de stripteasedanser, de dichter, de pr-ondernemer, de legercommandant, staat... nee, geen kinderopvangondernemer.
In de hele discussie over vrouwen aan de top ontbreekt trouwens de kinderopvang. De branche waar, naar ik schat, 90 procent van de directeuren een vrouw is (al wordt dat minder), doet niet mee. Geen naam van een kinderopvangondernemer onder de roep om meer vrouwen in topfuncties van ‘Talent naar de top’ (FD 21 oktober). Geen kinderopvang-directeuren in de ‘Taskforce Vrouwen naar de top’ of de ‘Taskforce Deeltijdplus’.
Is de kinderopvang zo erg in zichzelf gekeerd dat ze niet aan het maatschappelijk debat meedoet als het niet direct over de eigen branche gaat? Of is dat een kwestie van volwassen worden: eerst intern op orde zijn, dan naar buiten treden? Of moeten de topvrouwen uit de kinderopvang eerst wakker worden, zoals Nancy McKinstry, de CEO van Kluwer gaf onlangs toe in een Volkskrant-interview dat het debat over de positie van topvrouwen haar vroeger niet erg boeide: ‘Maar ik heb er inmiddels wel begrip voor dat mensen nieuwsgierig zijn. Ik ben nog steeds een van de weinige vrouwen in de top, en dat terwijl bedrijven met een diverser team beter presteren. Wil je dat veranderen, dan zul je over het onderwerp diversiteit moeten praten, zodat anderen ervan kunnen leren.’
zondag 14 december 2008
Bejegening
Column in EigenWijs 21, tijdschrift voor pedagogisch medewerkers van Kinderopvang Humanitas
De dochter van een vriendin besloot vorig jaar om de SPW-opleiding te gaan volgen. Ik was hooglijk verbaasd. Ze is een tamelijk gesloten type en ik had nooit iets gemerkt van haar feeling voor kinderen. Mijn eigen kinderen hangen altijd aan de rokken van haar zus, nooit aan die van haar. Buurkinderen klimmen altijd bij haar zus op schoot, nooit bij haar. Toch slikte ik net op tijd een opmerking daarover in. Want wie ben ik om me daar mee te bemoeien. Alhoewel….
Selectie aan de poort is in Nederland niet gebruikelijk. Twijfels over de kindvriendelijkheid van een student SPW, over de sociale vaardigheden van een toekomstige leraar, over de omgangsvormen van een arts in opleiding? Het is moeilijk om daar een hard oordeel over te vellen. Grote kans dus dat ze toch succesvol hun opleiding afronden.
En wie durft er daarna nog haar collega openlijk te bekritiseren op sociaal gedrag en omgangsvormen? Wat doe je als ze ouders niet aan durft te kijken, als je vindt dat haar omgang met de kinderen niet heel liefdevol is, als ze nooit eens het initiatief neemt voor een spelletje of ouders nooit eens spontaan verslag uitbrengt over de dag. Moeilijk.
Maar er is verandering op komst. Jonge artsen haalden afgelopen maanden het nieuws met hun roep om meer aandacht voor omgangsvormen en bejegening in de opleiding. Wie op deze punten onvoldoende scoort, mag uit de opleiding gezet worden, vinden zij. Want het vak van arts is niet alleen technisch, maar vooral ook een vak van vragen stellen, inleven, uitleggen, meeleven en troosten. Het is alsof ze het over de kinderopvang hebben.
Natuurlijk zijn er genoeg geboren pedagogische medewerkers, peuterleidsters die van jongs af voorbestemd zijn voor het vak, leerkrachten die het vanaf dag één in de vingers hebben, maar we moeten niet bang zijn al die anderen aan te spreken op hun gedrag. In het belang van kind en ouder, maar ook van de eigen organisatie. Bejegening is voor patiënten nog steeds een bepalende factor bij de keuze voor een zorgverlener. Voor de kinderopvang is het vast niet anders.
En de dochter van mijn vriendin? Die is al weer gestopt met haar opleiding. Het bleek toch niets voor haar te zijn.
Column in EigenWijs 21, tijdschrift voor pedagogisch medewerkers van Kinderopvang Humanitas
De dochter van een vriendin besloot vorig jaar om de SPW-opleiding te gaan volgen. Ik was hooglijk verbaasd. Ze is een tamelijk gesloten type en ik had nooit iets gemerkt van haar feeling voor kinderen. Mijn eigen kinderen hangen altijd aan de rokken van haar zus, nooit aan die van haar. Buurkinderen klimmen altijd bij haar zus op schoot, nooit bij haar. Toch slikte ik net op tijd een opmerking daarover in. Want wie ben ik om me daar mee te bemoeien. Alhoewel….
Selectie aan de poort is in Nederland niet gebruikelijk. Twijfels over de kindvriendelijkheid van een student SPW, over de sociale vaardigheden van een toekomstige leraar, over de omgangsvormen van een arts in opleiding? Het is moeilijk om daar een hard oordeel over te vellen. Grote kans dus dat ze toch succesvol hun opleiding afronden.
En wie durft er daarna nog haar collega openlijk te bekritiseren op sociaal gedrag en omgangsvormen? Wat doe je als ze ouders niet aan durft te kijken, als je vindt dat haar omgang met de kinderen niet heel liefdevol is, als ze nooit eens het initiatief neemt voor een spelletje of ouders nooit eens spontaan verslag uitbrengt over de dag. Moeilijk.
Maar er is verandering op komst. Jonge artsen haalden afgelopen maanden het nieuws met hun roep om meer aandacht voor omgangsvormen en bejegening in de opleiding. Wie op deze punten onvoldoende scoort, mag uit de opleiding gezet worden, vinden zij. Want het vak van arts is niet alleen technisch, maar vooral ook een vak van vragen stellen, inleven, uitleggen, meeleven en troosten. Het is alsof ze het over de kinderopvang hebben.
Natuurlijk zijn er genoeg geboren pedagogische medewerkers, peuterleidsters die van jongs af voorbestemd zijn voor het vak, leerkrachten die het vanaf dag één in de vingers hebben, maar we moeten niet bang zijn al die anderen aan te spreken op hun gedrag. In het belang van kind en ouder, maar ook van de eigen organisatie. Bejegening is voor patiënten nog steeds een bepalende factor bij de keuze voor een zorgverlener. Voor de kinderopvang is het vast niet anders.
En de dochter van mijn vriendin? Die is al weer gestopt met haar opleiding. Het bleek toch niets voor haar te zijn.
Abonneren op:
Posts (Atom)