dinsdag 8 november 2011

Kritische ouders

column in Management Kinderopvang, 10 2011

Dertig procent van de ouders met kinderen in de dagopvang en 31 procent van de ouders met kinderen op de buitenschoolse opvang zegt vanwege de aangekondigde bezuiniging minder af te gaan nemen of helemaal te stoppen met kinderopvang. Dat heeft Intomart uitgezocht voor de Vereniging GoedGeregeld, een belangenvereniging voor werkende ouders.
Dat is slecht nieuws voor de kinderopvang, maar is het ook slecht nieuws voor ouders en kinderen? Minder druk op de beschikbare plaatsen betekent voor ouders meer keus en voor de kinderopvang dat ze meer haar best moet gaan doen. Zoals Corona Koek, directeur van Zo Kinderopvang en woordvoerder van de branchevereniging, terecht opmerkt in De Pers (16 augustus jl.): ‘Ondernemers die eerst lui achterover konden leunen omdat ouders toch wel met hun kind in de rij stonden, moeten nu meer moeite doen om klanten te werven en te behouden.’
Jarenlang moesten ouders, met name in de Randstad, tevreden zijn met ieder beschikbaar plekje. Die tijd lijkt nu voorbij. Ouders kunnen kiezen voor kwaliteit. En dat is goed. Uit eigen ervaring weet ik dat als de nood maar hoog genoeg is, je als ouder je niet-pluis-gevoel onderdrukt.
Kijk naar de hoeveelheid energie die ouders steken in het kiezen van een basisschool of een middelbare school. Het is goed als ze met diezelfde kritische blik naar kinderdagverblijven kijken. Natuurlijk kun je niet alle rampen voorzien. Maar wie serieus onderzoekt, haalt gemakkelijk de ondernemingen eruit die uitsluitend op geld verdienen zijn gericht. En hoe kun je in de kinderopvang meer geld verdienen? Door de personele inzet zo minimaal mogelijk te houden.
Dan hoeven we ook helemaal geen Big Brother in de kinderopvang. Zo noemde Eén Vandaag het idee van Kamp om cameratoezicht toe te passen (3 september jl.). Het is een voorspelbare reactie na ieder drama: meer regels. Maar hoeveel vingerscans zijn er gekomen na de schietpartij op het kinderdagverblijf in het Belgische Dendermonde in 2009? Ik ben er nog niet een tegengekomen.
Tavecchio zet in de uitzending van Eén Vandaag vraagtekens bij cameratoezicht: ‘De vanzelfsprekendheid, de spontaniteit verdwijnt. Terwijl het effect niet zeker is en in ieder geval niet van tevoren onderzocht.’ Ook arbeidsdeskundige Marion Hagenaars vindt het heel ver gaan. Gesprekken van pedagogisch medewerkers worden ook door de camera’s opgenomen, ook gesprekken over privézaken. En Henk Lustig, de nieuwe directeur van ‘t Hofnarretje, zegt: 'We hebben tien groepen op vijf locaties die ongeveer elf uur per dag open zijn. Stel dat je op iedere groep vier camera's hangt, wie bekijkt dan die beelden? En als je die beelden gebruikt omdat er iets mis is, ben je dan niet al te laat?'
Met het verstrijken van de tijd verdwijnt ook het gevoel dat we al het leed voor onze kinderen kunnen voorkomen. Dat zagen we na Dendermonde, na de dood van Jesse Dingemans die doodgeschoten werd in zijn klaslokaal, na de zwemleraar in Vught. Dan zien we alles weer in de juiste proporties. Wat moeten blijven, zijn de kritische ouders.

maandag 26 september 2011

Ethische dilemma’s

column in Eigenwijs 32, tijdschrift voor pedagogisch medewerkers van Kinderopvang Humanitas

Niemand in de kinderopvang kan de zedenzaak in Amsterdam afdoen als: ver van mijn bed. De zedenzaak heeft namelijk verstrekkende gevolgen voor de kinderopvang. Minister Kamp wil bijvoorbeeld permanente screening invoeren. Dat wil zeggen dat alle pedagogisch medewerkers iedere twee jaar een nieuwe VOG moeten aanvragen. Ook moeten alle medewerkers in de kinderopvang met naam en toenaam bekend zijn. Dan kan het ministerie van Veiligheid en Justitie de melding van een relevant strafbaar feit, bijvoorbeeld kindermisbruik, onmiddellijk aan de werkgever doorgeven. Minister Kamp is bovendien voorstander van het zogenaamde ‘vierogenprincipe’, waarbij er altijd minstens twee medewerkers zicht hebben op de groep.
Zijn pedagogisch medewerkers nu voortaan bij voorbaat verdacht? Daar lijkt het wel op. Ze moeten zich daar in ieder geval bewust van zijn. Maar niet alleen de kinderopvang heeft hier last van. Elke branche waarbij kinderen in het spel zijn, moet op haar hoede zijn.
In het onderwijs maakte ik laatst een heftige discussie mee over het onderwerp: mag je ruziënde kinderen uit elkaar trekken. De aanleiding was een officiële klacht van een ouder die vond dat haar kind te hardhandig was vastgepakt. Kinderen niet aanraken, was daarop het devies van de directeur. Hij zette het in een nieuwe gedragscode. Verontwaardiging was zijn deel. ‘Hoe kan dat nou?’, riepen alle juffen en meesters. ‘Dan kan ik mijn vak niet meer uitoefenen.’ Volgens mij was deze directeur erop uit om het vuurtje aan te wakkeren. Opeens was de discussie namelijk ‘all over the place’. Wat kan wel, wat kan niet? Een aai over een bol, een kind op schoot nemen? En tot welke leeftijd kan dat? En als een kind daar eigenlijk niet zo van houdt? En hoe kijken ouders daar tegenaan? Het resultaat is dat iedere leerkracht zich er opeens hevig van bewust is dat niet iedereen dezelfde grenzen heeft.
Het vergroot ook de weerbaarheid van mensen als ze over deze dilemma’s in gesprek zijn gegaan. Met zichzelf, met collega’s, maar ook met ouders. Ik ken een leerkracht in het speciaal onderwijs. Op een ouderavond legt hij altijd uit dat hij bij de hogere klassen voor en na de gym niet in de kleedkamers komt. ‘Maar wat moet ik doen als er oorlog uitbreekt in die kleedkamer’, vraagt hij de ouders. Zonder uitzondering zeggen die: ‘naar binnen gaan’.
Alles weten is alles begrijpen, zeggen ze wel eens. Nou zal niet iedere ouder overlopen van begrip. Maar een pedagogisch medewerker die erover heeft nagedacht, staat waarvoor ze staat. En die weet tegelijkertijd dat het in ethische kwesties vaak niet een kwestie is van zwart of wit.
Ouderen in de media

Lastige jeugd, lastige ouderen

column in Monnickendam Plus

Ouderen en jongeren, ze lijken meer op elkaar dan ze zelf zouden willen. Meer dan ze zelf vaak beseffen. Ik las in deze dagen het nieuwste boek van pedagoog Micha de Winter ‘Verbeter de wereld, begin bij de opvoeding’. Er is per definitie geen overlast van jongeren zonder buurtbewoners die zich aan hun gedrag storen en erover klagen, schrijft De Winter. Wij bestrijden druk gedrag van kinderen liever met Ritalin, zegt hij, in plaats van dat we ons afvragen of we niet te weinig tolerant zijn voor kinderen met anders functionerende hersenen.
Een dag later las ik een bericht in Trouw over ouderen in verpleeghuizen die rustig gehouden worden door medicijnen. Niet vanwege een medische noodzaak, maar omdat de omgeving daarom vraagt. De onrustige bewoner geeft te veel overlast. Het verpleeghuis heeft te weinig mensen of te weinig ervaring om dat goed aan te kunnen.
Het is te voorspellen dat dat er komende jaren niet beter op wordt. Vanwege bezuinigingen, maar ook omdat die handen aan het bed ergens vandaan moeten komen. Verpleeg- en verzorgingshuizen hebben nu al moeite om voldoende personeel en stagiaires te vinden. En dan is de vergrijzing nog niet eens echt toegeslagen.
Maar welke zestienjarige gaat nog een opleiding in de ouderenzorg volgen? Dat heeft niet alleen te maken met het lage inkomen en de matige werkomstandigheden van verzorgenden. Het heeft naar mijn mening ook te maken uit de weinig solidariteit tussen de generaties.
Buurtbewoners bellen vaak liever de politie dan dat ze op overlast gevende jongeren afstappen en een gesprek met ze voeren. Natuurlijk is er lastige jeugd, zegt De Winter, maar ook veel oudere buurtbewoners met korte lontjes. Hierdoor voelen jongeren zich geen deel meer van de samenleving. In ieder geval zetten zij zich af tegen ouderen.
Ik was laatst bij een bijeenkomst waar zowel boze buurtbewoners als hangplekjongeren aanwezig waren. De jongeren, die toch dapper waren komen opdraven, waren aardig geïntimideerd door de stevige beschuldigingen van verontwaardigde sprekers. Niet alle sprekers waren zich ervan bewust dat ze een opvoedende rol hebben of op zijn minst een voorbeeldfunctie. Ook of misschien wel juist in zo’n debat.
Toch zag je beide groepen aan het eind van de avond met elkaar praten. Voorzichtig werden verbindingen gelegd. En dat is goed, want of het nu op straat is of in het verzorgingshuis, of het nu om jongeren of ouderen gaat meer tolerantie voor elkaars anders functionerende hersenen is nodig.
Solidariteit

column in Management Kinderopvang 8/9 2011

De overheid is geen geluksmachine. Die gevleugelde woorden van onze premier Mark Rutte zijn inmiddels al heel wat geciteerd. Ze tekenen ook het huidige klimaat. Solidariteit is uit. We kunnen weinig meer van elkaar hebben. Micha de Winter zegt in zijn nieuwe boek ‘Verbeter de wereld, begin bij de opvoeding’: Wij bestrijden druk gedrag van kinderen liever met Ritalin, in plaats van dat we ons afvragen of we niet te weinig tolerant zijn voor kinderen met anders functionerende hersenen. Dagblad Trouw bericht over ouderen in verpleeghuizen die rustig gehouden worden door medicijnen. Niet vanwege een medische noodzaak, maar omdat de omgeving daarom vraagt. De onrustige bewoner geeft te veel overlast.
We kunnen weinig van elkaar hebben en we willen helemaal niet voor elkaar betalen. De zorgverzekering wordt uitgekleed, net als de AWBZ. En waarom moet een ouder elf uur opvang per dag betalen als het kind maar acht uur op het kinderdagverblijf is?
Het Eindhovens Dagblad organiseerde eind juni een debat over de bezuiniging. Ook daar kwam het onderwerp ‘uurtje factuurtje’ aan de orde. Waarom extra uren, vakanties en feestdagen betalen? De kinderopvang moet flexibeler. Peter Notten, directeur van kinderopvangorganisatie Korein, probeerde uit te leggen dat het een groot misverstand is dat de ouder goedkoper uit is als hij per uur betaalt. ‘Het is een ingewikkeld rekenverhaal, maar als je kinderopvangtoeslag meetelt, is factureren per dagdeel uiteindelijk goedkoper.’
Als je een zomerhuisje huurt en vanwege de regen twee dagen eerder naar huis gaat, betaal je zonder mokken de weekhuur. Je hypotheek maak je zonder aarzelen over. Ook al ben je de meeste uren van het jaar aan het werk of op vakantie. Van de kabelexploitant vraag je geen restitutie als je alleen geïnteresseerd bent in Nederland 1, 2 en 3. De sportschool eet een extra boterham van alle mensen die na het enthousiasme van de eerste drie weken niet meer op komen dagen. En iedere ouder snapt dat de plek die op de dagopvang vrijkomt als zij om half vijf hun kind halen, geen geld meer opbrengt. Iedere ouder begrijpt dat je je kind niet stalt bij een parkeermeter. Dus hoezo moet het flexibeler.
Natuurlijk is het vervelend wanneer je als leerkracht vakantieopvang moet betalen als je de hele zomer zelf voor je kinderen zorgt. Natuurlijk kan er nog veel beter. Bijvoorbeeld het afschaffen van het uurtarief en het overstappen op een dagdeeltarief. Kan de branche daarvoor geen lans breken bij de Belastingdienst?

dinsdag 19 juli 2011

Job crafting

Column in Management Kinderopvang juni/juli 2011

We hebben in Nederland te veel managers. Vooral in de publieke en semi-publieke sector heeft de manager een slecht imago, in het onderwijs, de zorg, in provincies en gemeenten. Aan de ene kant bedenkt het management beleid zonder draagvlak op de werkvloer, aan de andere kant kan het middenmanagement fungeren als een kleilaag die elke verandering tegenhoudt.
De manager heeft het altijd gedaan. Welke manager durft er op verjaardagsfeestjes nog voor zijn beroep uit te komen. Net nu de kinderopvang een volwassen sector aan het worden is en dus steeds meer managers telt. Uit onderzoeken van Besty van de Grift naar het middenmanagement blijkt dat in 2008 geen enkele organisatie meer dan vijf managementlagen telde. In haar recente onderzoek zijn er verschillende organisaties met vijf managementniveaus. De middenmanager in de kinderopvang is in opkomst.
Een late start kan voordelen opleveren. De wet van de stimulerende achterstand heet dat. Voordat het organisatieschema niet meer op het vel van de flipover past, is het goed om eens te kijken naar de heersende managementideeën. Overal vinden experimenten plaatsen waarbij verantwoordelijkheden laag in de organisatie gelegd worden. De NS experimenteert met rijden zonder schema. Luchthavens kijken hoe ze de verantwoordelijkheid voor het opstijgen en landen bij de piloten kunnen leggen in plaats van bij de verkeersleiders op de toren. Monteurs plannen hun eigen afspraken. Hoe minder van boven op gelegd wordt, des te bevredigender is het werk. Niet voor niets heet een van de populaire managementboeken van het moment ‘Iedereen CEO’ (Menno Lanting). ‘Houd werknemers vast door ze los te laten’, adverteert Randstad.
Werknemers worden steeds meer gemotiveerd om hun baan zelf in te richten. Job crafting noemt men dat. Het Financieele Dagblad wijdde er een special van FD Outlook aan (mei 2011). Het is geen luxe, maar noodzaak, blijkt daaruit. Jongere werknemers willen ruimte voor eigen ideeën.
En niet alleen de hoogopgeleide medewerker. Wil je dat pedagogisch medewerkers het pedagogisch beleid echt dragen, dan moet je ze dat beleid ook mee vorm laten geven. Ofwel stimuleer en waardeer denkkracht en niet alleen arbeidskracht. Dat betekent ook dat er een cultuur moet zijn van elkaar complimenten geven, maar ook van kritiek durven uiten. In de wandelgangen en op de officiële momenten bij functionerings- en beoordelingsgesprekken.
Dat vergt wat van de organisatie (opleiding) en van medewerkers (assertiviteit), maar je krijgt er ook wat voor terug. Mensen die hun hartstochten volgen, werken beter en langer, zonder burn-out.
Opruimen: niet te snel, niet te laat

Column in eigenWijs, tijdschrift voor pedagogisch medewerkers van Kinderopvang Humanitas

Overal speelgoed, kussens, verkleedkleren: kinderen maken er vaak een zootje van. Als ouder erger ik me vaak dood aan de rommel in huis. Dat zal voor pedagogisch medewerkers niet veel anders zijn, denk ik. Hoorde ik ook van Ine van Liempd en Ed Hoekstra van bureau Akta, die ik laatst interviewde. Zij geven locatiemanagers een training over de inrichting van de groepsruimte. Als ze in die training foto’s laten zien van kindercentra in het buitenland, dan roepen wij Nederlanders al gauw ‘wat een rommeltje’. Maar spullen zijn geen rommel als je weet dat kinderen er lekker mee spelen. Misschien zijn wij te bang voor rommel. Misschien houden we te veel van een opgeruimde groep, een huis dat aan kant is. Maar toegegeven ik erger me vreselijk aan rondslingerende poppen waar niet mee is gespeeld. Veel meer dan aan het lego-bouwwerk waaraan druk gebouwd wordt. Ook al neemt dat de hele woonkamer in beslag.
Omdat wij van leeg en opgeruimd houden, delen we de groepsruimte vaak verkeerd in, vinden Van Liempd en Hoekstra. Te veel loze lege ruimte, te weinig hoekjes waar echte activiteiten plaats kunnen vinden.
Dat betekent overigens niet dat er niet opgeruimd moet worden. Een ruimte is veel aantrekkelijker als hij er verzorgd uitziet. Als de potjes verf vol zitten. Als de blokken gesorteerd zijn. Als de boekjes naast elkaar op de plank staan. En dan blijft het vaak ook opgeruimd. Waar geen rommel is, maken mensen minder rommel. Het is dus voortdurend balanceren tussen te snel opruimen en te laat opruimen.
Dat geldt trouwens minder voor de ruimten waar volwassenen het voor het zeggen hebben: de verschoningsruimte of het informatiebord in de hal. Aan de uitstraling van die plekken is op veel centra nog wel wat te verbeteren. Daar mag wel wat meer opgeruimd worden. Ezeltje Prik van een jaar geleden op de leestafel, een ongeordende wirwar aan flesjes, bakjes, doekjes, handdoeken in de verschoningsruimte.
Ik was laatst in het regiokantoor van Kinderopvang Humanitas in Vught. Wie er wel eens is geweest, weet hoe smaakvol en verzorgd dat kantoor is ingericht. Het lijkt wel alsof dat een direct effect op mensen heeft. Ze maken minder rommel, ze kleden zich verzorgd, ze zijn met andere woorden opgeruimd. Letterlijk, maar misschien ook wel figuurlijk. Een goed ingerichte en verzorgde ruimte heeft direct effect op de ontwikkeling van kinderen: de ruimte als derde pedagoog. Maar ook volwassen functioneren er beter. Ik in ieder geval wel

dinsdag 7 juni 2011

Ouders opvoeden

Column in Management Kinderopvang, mei 2011

‘Crèche-kind stuk slimmer’ kopt het AD. En De Telegraaf, de Volkskrant, Elsevier, het Financieele Dagblad. Elly Singer haalden overal de krantenkolommen. CDA-voorvrouw Mirjam Sterk twitterde: ‘Veel ouders haalden denk ik vanmorgen opgelucht adem: "Crèchekinderen zijn slimmer " #AD #goednieuwsvoorgoedekdo.’
Inderdaad goed nieuws voor de kinderopvang. Maar of er veel ouders opgelucht adem haalden, betwijfel ik. De meeste ouders zijn tamelijk laconiek over de kwaliteit van de kinderopvang. ‘Ach, ze zijn er toch maar twee dagen.’ ‘Ach, zolang de leidsters maar lief zijn.’
Waarom zijn ouders zoveel bezorgder over de kwaliteit van de basisschool? Daar zijn de kinderen veel langer, lijkt het logische antwoord. Maar is dat zo? Een gemiddelde kleuter gaat weliswaar alle dagen naar school, maar bij elkaar toch maar ongeveer 23 uur. De gemiddelde opvang op een kinderdagverblijf is 2,5 dag. Maar dan wel hele werkdagen. Dat is in veel gevallen ook bijna 23 uur.
Ouders maken zich nog veel drukker over het voortgezet onderwijs. Een van mijn dochters heeft net het lotingencircus in Amsterdam achter de rug. Huilende en boze ouders als hun kind uitgeloot is voor een plaats op het prestigieuze Barlaeus Gymnasium. Want hun toekomst hangt ervan af. De Stichting Vrije Schoolkeuze en de wethouder Onderwijs van Amsterdam hebben scholen onder druk gezet, en deels met succes, om het aantal plaatsen uit te breiden.
Stel je een dergelijke volksopstand voor in de kinderopvang. ‘Wij pikken de wachtlijsten niet langer’. Hebben wij na het verschijnen van het NCKOrapport ouders met spandoeken gezien: ‘Wij eisen kwaliteit van onze kinderopvang’. We kennen Beter Onderwijs Nederland, maar waar is de actiegroep Betere Kinderopvang Nederland?
Komt het omdat ouders het idee hebben dat in de eerste vier jaar lief zijn voldoende is? Komt het omdat ouders geen idee hebben wat het verschil maakt bij jonge kinderen? Hebben ze geen idee dat steeds meer onderzoek laat zien dat die eerste jaren heel belangrijk zijn voor kinderen? Dan moet de kinderopvang niet alleen de kinderen, maar ook de ouders opvoeden. Dan moet de kinderopvang kwaliteit beter zichtbaar maken. Zeker nu de tijd aanbreekt dat er voor ouders iets te kiezen valt. Anders wordt de kinderopvangorganisatie alleen nog beoordeeld op de liefheid van de pedagogisch medewerkers. Of zoals Pieter Hilhorst, Volkskrant-journalist en TV-ombudsman, twitterde: 'Alle vragen patiëntenenquête van OLVG-ziekenhuis gaan over communicatie. Alsof uitleg over behandeling belangrijker is dan behandeling zelf.'