donderdag 26 februari 2009

donderdag 15 januari 2009

Top of flop

Column in Management Kinderopvang, januari 2009

Geen kinderopvangondernemer in de Quote 500. Natuurlijk niet. Maar ook geen in de FD Gazelle 100, de prijs voor de snelst groeiende ondernemingen,van het Financieele Dagblad. Zelfs niet in de LOF-lijst van de honderd beste bedrijven voor werkende ouders. Terwijl de kinderopvang de kinderopvang toch wel heel goed heeft geregeld, een van de belangrijke criteria om de prijs te winnen. Wel trouwens bijna een Baas van het Jaar in de persoon van Jeannet van den Akker die tweede werd. En een ondernemersprijs voor Kinderopvang Berend Botje (Ondernemingsprijs Westfriesland). En vergeet niet de Diversiteit Top 50 Award voor Partou. En Kion die Maatschappelijke Ondernemer van het Jaar wordt, maar dat telt eigenlijk niet want dat is een MO-onderonsje. De kinderopvang doet wel iets vaker mee, maar toch ontbreekt in de meeste top-lijstjes die rond iedere jaarwisseling zo populair zijn de kinderopvang geheel.
Maar dan toch wel een kinderopvangvrouw in de lijst met 400 succesvrouwen van de Viva? Tussen de boerin, de stripteasedanser, de dichter, de pr-ondernemer, de legercommandant, staat... nee, geen kinderopvangondernemer.
In de hele discussie over vrouwen aan de top ontbreekt trouwens de kinderopvang. De branche waar, naar ik schat, 90 procent van de directeuren een vrouw is (al wordt dat minder), doet niet mee. Geen naam van een kinderopvangondernemer onder de roep om meer vrouwen in topfuncties van ‘Talent naar de top’ (FD 21 oktober). Geen kinderopvang-directeuren in de ‘Taskforce Vrouwen naar de top’ of de ‘Taskforce Deeltijdplus’.
Is de kinderopvang zo erg in zichzelf gekeerd dat ze niet aan het maatschappelijk debat meedoet als het niet direct over de eigen branche gaat? Of is dat een kwestie van volwassen worden: eerst intern op orde zijn, dan naar buiten treden? Of moeten de topvrouwen uit de kinderopvang eerst wakker worden, zoals Nancy McKinstry, de CEO van Kluwer gaf onlangs toe in een Volkskrant-interview dat het debat over de positie van topvrouwen haar vroeger niet erg boeide: ‘Maar ik heb er inmiddels wel begrip voor dat mensen nieuwsgierig zijn. Ik ben nog steeds een van de weinige vrouwen in de top, en dat terwijl bedrijven met een diverser team beter presteren. Wil je dat veranderen, dan zul je over het onderwerp diversiteit moeten praten, zodat anderen ervan kunnen leren.’

zondag 14 december 2008

Bejegening

Column in EigenWijs 21, tijdschrift voor pedagogisch medewerkers van Kinderopvang Humanitas

De dochter van een vriendin besloot vorig jaar om de SPW-opleiding te gaan volgen. Ik was hooglijk verbaasd. Ze is een tamelijk gesloten type en ik had nooit iets gemerkt van haar feeling voor kinderen. Mijn eigen kinderen hangen altijd aan de rokken van haar zus, nooit aan die van haar. Buurkinderen klimmen altijd bij haar zus op schoot, nooit bij haar. Toch slikte ik net op tijd een opmerking daarover in. Want wie ben ik om me daar mee te bemoeien. Alhoewel….
Selectie aan de poort is in Nederland niet gebruikelijk. Twijfels over de kindvriendelijkheid van een student SPW, over de sociale vaardigheden van een toekomstige leraar, over de omgangsvormen van een arts in opleiding? Het is moeilijk om daar een hard oordeel over te vellen. Grote kans dus dat ze toch succesvol hun opleiding afronden.
En wie durft er daarna nog haar collega openlijk te bekritiseren op sociaal gedrag en omgangsvormen? Wat doe je als ze ouders niet aan durft te kijken, als je vindt dat haar omgang met de kinderen niet heel liefdevol is, als ze nooit eens het initiatief neemt voor een spelletje of ouders nooit eens spontaan verslag uitbrengt over de dag. Moeilijk.
Maar er is verandering op komst. Jonge artsen haalden afgelopen maanden het nieuws met hun roep om meer aandacht voor omgangsvormen en bejegening in de opleiding. Wie op deze punten onvoldoende scoort, mag uit de opleiding gezet worden, vinden zij. Want het vak van arts is niet alleen technisch, maar vooral ook een vak van vragen stellen, inleven, uitleggen, meeleven en troosten. Het is alsof ze het over de kinderopvang hebben.
Natuurlijk zijn er genoeg geboren pedagogische medewerkers, peuterleidsters die van jongs af voorbestemd zijn voor het vak, leerkrachten die het vanaf dag één in de vingers hebben, maar we moeten niet bang zijn al die anderen aan te spreken op hun gedrag. In het belang van kind en ouder, maar ook van de eigen organisatie. Bejegening is voor patiënten nog steeds een bepalende factor bij de keuze voor een zorgverlener. Voor de kinderopvang is het vast niet anders.
En de dochter van mijn vriendin? Die is al weer gestopt met haar opleiding. Het bleek toch niets voor haar te zijn.

woensdag 10 december 2008

Binnenkort verschijnt:

En al was mijn moeder thuis. Praktische handreiking bij het vormgeven van dagarrangementen.

Onder redactie van Anja Hol, Leonie Heutz, Fred Verhees en Astrid van de Weijenberg, Uitgeverij SWP Amsterdam. ISBN: 9789066659988224. Eerste druk 2008
Andere tijden, andere schooltijden?

Column in Management Kinderopvang, december 2008

‘In het belang van werkende ouders en de buitenschoolse opvang passen wij onze schooltijden aan.’ Die mededeling stond het afgelopen jaar in veel nieuwsbrieven aan ouders van basisschoolleerlingen. Een verrassende ontwikkeling: scholen die rekening houden met ouders én met kinderopvang. Jarenlang was dat vloeken in de kerk.
Dat veel scholen hun schooltijden aanpassen, komt door de Wet flexibilisering schooltijden, die geeft scholen meer vrijheid om zelf de schooltijden te bepalen. Een van hun wensen is gelijke eindtijden voor boven- en onderbouw. Nu nog maken bovenbouwleerlingen meer uren dan onderbouwleerlingen. De meeste scholen willen daarvan af. Is dat echt om het ouders gemakkelijker te maken of vooral omdat het voor de eigen personeelsinzet veel gunstiger is? De verwijzing naar het belang van werkende ouders en de buitenschoolse opvang doet nogal geforceerd aan.
Natuurlijk concluderen dagindelingcommissies en -taskforces dat de huidige schooltijden niet goed afgestemd zijn op werkende ouders. En ook voor de kinderopvang is het prettig als de schooltijden aangepast worden. Het liefst een continurooster met een lange middag vrij. Dan kan de bso medewerkers een prettig contract bieden en op zo’n lange middag kun je veel meer doen.
Maar uit enquêtes blijkt, zo laat een rapport van de SKWgroep zien, dat ouders die eenmaal gewend zijn aan het traditionele lesrooster vaak sceptisch staan tegenover verandering. Ook de oudervereniging Ouders & Coo merkt dat. De vereniging krijgt veel telefoontjes van verontruste ouders over het wijzigen van de schooltijden. Zo’n wijziging grijpt namelijk diep in in het dagelijkse leven van gezinnen.
Moet je het daarom maar niet doen? Nee, want uit diezelfde enquêtes blijkt dat nieuwe ouders wel degelijk enthousiast zijn voor het continurooster. Betekent dat dat onze vrije woensdagmiddag een reliek uit vervlogen tijden is? Moeten wij ons spiegelen aan Scandinavisch model? Gaan onze kinderen over tien jaar hele dagen naar de brede school? Ook dat niet, lijkt mij. Uit de onlangs gehouden Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden van TNO en CBS blijkt dat Nederlanders, mannen en vrouwen, het liefst een werkweek hebben van 25 tot 28 uur. Buitenlanders kijken bovendien jaloers naar ons deeltijdland. Ik denk dat minister Rouvoet daarom helemaal niet conservatief is, zoals zijn critici beweren, als hij pleit voor gezinsvriendelijk werkgeverschap. Meer kinderopvang is goed en nodig, maar geen oplossing voor iedereen. Er zijn in Nederland nog heel veel ouders die veel tijd met hun kinderen willen doorbrengen.

maandag 20 oktober 2008

Binnenkort verschijnt:

En al was mijn moeder thuis. Praktische handreiking bij het vormgeven van dagarrangementen.

Onder redactie van Anja Hol, Leonie Heutz, Fred Verhees en Astrid van de Weijenberg, Uitgeverij SWP Amsterdam. ISBN: 9789066659988224. Eerste druk 2008
Deltacommissie

Column in Management Kinderopvang, oktober 2008

GroenLinks wil een Deltacommissie om de jeugdproblematiek aan te pakken. Zo lees ik in de Volkskrant. Gelukkig is er tegenwoordig voor alle moeilijke vragen in het leven één duidelijke oplossing: je zet een aantal mensen bij elkaar, zij onderzoeken de problemen en komen met een voorstel. Je noemt het taskforce. Of nee, dat is eigenlijk al weer verouderd. Deltacommissie is nu het toverwoord. Dat is nog niet tot de MOgroep doorgedrongen, die houdt het nog bij een taskforce. De MOgroep wil een Taskforce Kinderopvang-Onderwijs.
Waar dat geloof in een deltacommissie/taskforce vandaan komt, is onduidelijk. Want daags nadat Cees Veerman, de commissievoorzitter van de oorspronkelijke Deltacommissie met zijn ideeën en voorstellen kwam, werd zijn onderzoek al weer onderuit gehaald. Het is hoogst onwaarschijnlijk dat de zeespiegel zo hard stijgt als de Deltacommissie verwacht.
Zou het anders zijn in de kinderopvang waar men het ook niet eens kan worden over de stijging of daling van de arbeidsparticipatie? Waar uitspraken over de toekomstige behoefte aan kinderopvang toch vooral uit de glazen bol moeten komen?
Het effect van prijs op de arbeidsparticipatie van vrouwen wordt overschat, zegt het SCP.
Bezuinigingen hebben wel degelijk groot effect op de arbeidsparticipatie, zegt oppositiepartij VVD. Niet waar, zegt Dijksma. In bijna een op de vijf gezinnen die gebruikmaken van gastouderopvang zal een van de ouders stoppen als bezuinigingen doorgaan, laat het Platform Kwaliteit Gastouderopvang uit onderzoek blijken. Het is niet te voorzien wat de effecten zijn van de door Dijksma aangekondigde maatregelen, zegt de MOgroep. En dat lijkt me heel eerlijk.
En dan verschijnt er ook nog gelijktijdig met grootschalige demonstraties voor behoud van de gastouderopvang een rapport dat meldt dat gastouderopvang beter is dan opvang in kinderdagverblijven. Een serieus te nemen onderzoek, door gerenommeerde onderzoekers, dat wel. Maar qua timing lijkt het een publiciteitsstunt.
Ook wij, als medewerkers van Management Kinderopvang, krijgen vaak de vraag of we niet voor eens en altijd goed kunnen uitzoeken wat het effect is van de Wet kinderopvang, en de effecten van lagere vergoedingen. Meer onderzoek dus in het blad. Onderzoek is inderdaad prachtig, maar een groot nadeel van onderzoek is de conclusie. Die luidt negen van de tien keer dat er meer onderzoek nodig is.